Een kind hebben. Mensen zeggen dat je leven verandert, dat het fantastisch is, dat het het mooiste is wat je kan meemaken, dat je slaap eraan is, dat je je altijd zorgen maakt. Er wordt veel gezegd over kinderen. Dat ze schattig zijn, zo lief, zo onschuldig. Zeker baby's. Ik beaam dat allemaal. Ze zijn vertederend en lief en fantastisch.
Ik zie mijn zoontje doodgraag. Maar objectief bekeken zijn kinderen soms echt monstertjes. Zeker die baby's.
In de buik, ongeboren, eten ze de moeder praktisch half op. Een vrouw wordt van binnenuit geconsumeerd. En niet alleen dat: het bekken wordt gedraaid, de buik puilt onnatuurlijk uit, borsten en billen worden opgeblazen, huid gedraineerd, het lichaam wordt een vat vol water. Alien in 't echt. Als het kind komt dan scheurt het zichzelf een weg door een veel te smal kanaaltje. Tegen een bevallende vrouw moet je niet zeggen dat de natuur zo goed ineenzit. Of 'wat is de natuur toch mooi'. Als je de aandrang voelt om zo'n uitspraken te doen bij een bevalling: bedenk u. Voor uw eigen veiligheid. Ik vind dat het concept verdorie te kort schiet. Het is gewoon een slecht ontwerp.
En dan is dat kindje daar. Zo teer en kwetsbaar. Maar net minstens even duivels als schattig. Het roept tederheid op zodat je makkelijker alles van jezelf geeft. Onbeholpen, maar prima in staat om zich te 'laten helpen'.
Ze manipuleren zelf het lichaam van de moeder: een borst begint spontaan melk te geven als een baby huilt. Hoe zelfstandiger hoe veeleisender. Hoe meer begrip van de wereld rondom, hoe egoïstischer. Volgens Midas Dekkers is een kind een larf, een soort parasiet (zie: De Larf). Ik was blij te lezen dat er ook anders naar baby's gekeken kan worden.
Zoontje Tadeusz is nu vijf maand en half en ontdekt het dramatisch kuchen en theatraal gillen. Gepakt worden is zijn voornaamste doelstelling. Gepakt worden en dan een oog uitsteken van de 'pakker'. Zijn geheim wapen is zijn lachje. Zo aanstekelijk, zo lief, dat alle weerstand zinloos is.
Wij zijn vogels voor de kat.
En ik vind het heerlijk.